Rivierdisipline

terug naar overzicht

Vrijdag, 22 juni 2012

Vissen op en rond de Gelderse rivier de IJssel. De rivier de IJssel is een aftakking van de Rijn. Zij takt bij Westervoort ten oosten van Arnhem af van de Rijn en stroomt in noordoostelijke en later in noordelijke richting naar het Ketelmeer (IJsselmeer gebied).

De IJssel is ongeveer 125 km lang en de breedte varieert van 70 tot 150 meter.
De gemiddelde diepte is 4,5 meter en met een oppervlakte van meer dan 11000 hectare water is er ruimte genoeg. De rivier kronkelt zich een baan door een van de mooiste gebieden van Nederland met een geweldig natuurlandschap en daarbij komt hij ook langs heel wat mooie Hanzesteden die veel aan deze rivier te danken hebben.
Ik moet een jaar of vijftien zijn geweest toen ik voor het eerst hoorde over karpers op de rivier. Pier Boonstra was een van de eerste lokale karpervisser die de stap naar de rivier maakte en zag hem voor het eerst bepakt en bezakt over de dijk klauteren richting de IJssel.
Stiekem gluurde ik over de dijk wat hij ging doen dat wilde ik ook.
Door zijn vangsten hebben veel mensen in die tijd de overstap gemaakt naar de rivier.
Jaren later heb ik de man leren kennen als een sympathieke karpervisser die je graag op weg helpt.
Ik kon het in die tijd nauwelijks geloven dat karpers in de stroming zwommen op zoek naar voedsel en rust.


Het begin.

Nadat ik alle putjes en kanaaltjes wel had bevist rond mijn woonplaats moest het er toch maar een keer van komen.
Samen met mijn oude vismaat Hans zouden wij die rivierreuzen eens een lesje leren
maar er kwamen al gauw een aantal vragen bij ons op waaronder; waar moeten we vissen op de rivier?
Op de stroming zelf of in de slenken en grintgaten langs de rivier of toch op de kop van een krib?
Vragen waar we pas jaren later een echt antwoordt op kregen.
De jaargetijden speelden een belangrijke rol want welke maanden/perioden zijn het beste op de rivier?
Als je vijftien jaar lang rond een rivier hebt gezworven ga je bepaalde dingen toch wel heel anders zien.
In veel gevallen kun je sommige dingen goed in kaart brengen en dat betekent voor jou alleen maar voordeel; en dit geldt zeker voor de langere termijn.
Als ik nu een seizoen op de rivier ga vissen zijn er een aantal punten die ik in oogschouw neem.

Foto: oeverlengte genoeg om te vissen.


Hoog water

Het seizoen op de rivier begint bij mij pas wanneer de rivier buiten haar oevers treedt en dit kan soms al vroeg in het jaar zijn.
Wanneer dit gebeurd zullen veel vissen massaal het grasland optrekken.
Alles hangt af van veel smeltwater of hevige regenval wat stroomafwaarts ons land instroomt.
In deze periode houd ik vooral teletekst pagina 720 in de gaten of het water ook hoog blijft.
Op deze pagina kun je jouw gebied opzoeken en kijken of het water weer zakt of verder stijgt.
Meestal zoek ik nu de gebieden op waar het water het eerst op de uiterwaarden zal stromen en dit zijn meestal plekken in een bocht, maar dit hoeft niet altijd zo te zijn.
Ik ben in al die jaren hoogwatervissen er achter gekomen dat ze zich verzamelen op plekken waar ze makkelijk het grasland op kunnen zwemmen.
Naar mijn idee heeft dit te maken met de troebelheid van het water maar ook de stroming lijkt een gegeven. Vissen pikken dit snel op en verzamelen zich direct op deze plekken.
Ik ben hier achter gekomen via mijn visvinder maar ook door daadwerkelijk op deze plekken te gaan zitten waar ze zich op dat moment bevonden.
Ook slenken en gaten langs de rivier zullen meestijgen en dit kunnen soms gebieden zijn waar de karpers het grazen van de koeien even tijdelijk overnemen.
Zo heb ik jaren lang rondom een slenk gevist waar de karpers vrolijk op het grasland trokken om zich vol te vreten met al het kleine dierlijk voedsel wat zich opdat moment in de bovenste toplaag van de grond had genesteld.
Watertemperatuur lijkt nu een minder belangrijke rol te spelen voor de karper.
De eerste dagen zijn meestal het best want de grond is dan nog vers en er is van alles te halen voor onze vrienden.
Ik bevoer meestal een paar plekjes met een tiental boillies want het water is immers nog erg koud en ik houd rekening met een trage stofwisseling bij de karper.
Toch kunnen karpers hyperactief worden op ons grasland en zeker wanneer daar een Lente zonnetje bijkomt kijken.
Het leuke van op de Uiterwaarden vissen is dat je soms perplex staat wat er in een paar uurtjes kan gebeuren maar dit wil niet zeggen doordat je ze makkelijk ziet ook makkelijk kunt vangen!
In veel gevallen trekken groepjes vissen al struinend over het grasland, zo ook midden jaren negentig toen ik rondom een slenk had gevoerd.
Na twee voerdagen reisde ik af naar deze plek en eenmaal aangekomen zag ik al een karper draaien op het grasland en dat met een watertemperatuur van 6 graden Celsius!
De spanning steeg enorm bij het zien van deze karper en snel zette ik mijn spullen op.
De eerste hengel liep ik uit over het grasland richting stek waar ik gevoerd had.
Het is altijd makkelijk om onderweg eens even goed te kijken of het voer is weggevreten want in veel gevallen kun je dit met helder water goed zien.
Wanneer het water niet helder is kun je ook na elke voerbeurt even een marker plaatsen in de vorm van een stok of tak die net boven het water uit steekt
Zo kun je namelijk altijd controleren of je voer weg is maar houdt wel rekening met onze grote vriend meerkoet want wanneer deze op je plek rond zwerft, is het de vraag of het karper is geweest.
Snel voer ik wat boillies en eenmaal terug werd de hengel op de steun gelegd maar tijd om de swinger in de lijn te hangen had ik niet.
De baitrunner liep als een sneltrein af en eenmaal aangeslagen kon het gevecht beginnen.
Ik kreeg binnen drie uur vissen 12 runs waarbij ik ze ook allemaal verzilverde.
Op die dag ving ik de ene mooie vis na de andere!
In deze tijd zijn de karpers op hun mooist en meestal ook op supergewicht.
Wanneer het water doorstijgt naar nog hoger water is het misschien een idee om een paar foto’s te schieten van de plek die je wilt gaan bevissen om zo niet je kans te verspelen omdat je niet meer weet waar dat hekje met prikkeldraad liep, het staat dan immers onder water.
Ook slootjes kunnen belangrijk zijn want veel vissen trekken soms massaal door deze sloten heen en kijk dan ook weer goed uit waar dat verdomde slootje ook alweer liep want kopje ondergaan lijkt me niet de bedoeling.


Foto: soms trekken ze massaal door de sloten op de uiterwaarden.



VOORJAAR.

Wanneer het water hoog blijft zo rond maart en april wat jammer genoeg niet vaak gebeurd en de buitentemperatuur verder oploopt, zullen de karpers gaan profiteren van de zon.
Op de uiterwaarden zal de watertemperatuur als een raket stijgen vanwege het beetje water dat nu supersnel wordt opgewarmd.
De karpers weten dit maar al te goed en zullen nu ook grotere afstanden gaan afleggen op zoek naar voedsel.
Het is nu zaak om je benzinetank van je auto goed te vullen en langs de rivier te gaan rijden op zoek naar vriend karper of bij mooi weer op de fiets!
Nu word het een stuk makkelijker want de vissen verraadden zich sneller en zeker bij windstille dagen zijn ze snel op te sporen maar vergis je niet in brasems en windes want die houden ook van warm water.
Zo ook in het prille voorjaar van 2006 toen het hoge water samenviel met een paar mooie dagen. Samen met mijn vismaat vonden we een stukje grasland waar de karpers massaal opgetrokken waren.
Snel werden de spullen uit de auto gehaald.
Het is een schitterend schouwspel om karpers over het grasland te zien grazen en de haken werden dan ook snel beaasd en ingelegd. De spanning steeg enorm zeker als ze bij ons haakaas in de buurt kwamen.
Vol spanning keken we toe en ik had mijn fototoestel maar eens gepakt en was een paar kiekjes aan het schieten.
Opeens liep een van de molens af en ik was vergeten mijn pieper aan te zetten maar na een mooie dril waarbij de andere karpers werkelijk over het water liepen van schrik, mocht ik de vis even in mijn armen sluiten.
De vissen hadden in de gaten dat er iets niet in de haak was en het duurde dan ook weer even voor ze zich lieten zien.
Die middag was er een die ik niet snel vergeet. 8 IJsselvissen van formaat werden vastgelegd op de gevoelige plaat.
Het is en blijft een ware zoektocht op de uiterwaarden maar wanneer ik ze vind spuit de adrenaline werkelijk uit mijn oren.
Veel vissen willen blijven profiteren van de zon, dus als ze geen gebruik meer kunnen maken van de uiterwaarden dan betekent het dat je het nu vooral moet zoeken op ontdiep water.
Meestal zijn dit slenken, zandafgravingen of natuurgebieden die in verbinding staan met de rivier.
Ze trekken heen en weer tussen deze gebieden om zich te voeden.
Zo hebben mijn vriend en ik eens dezelfde vissen mogen vangen rond de maand april.
Het werd ons toen wel duidelijk dat stekgebonden vissen een vast patroon hanteren op en rond de rivier maar ondanks dit gegeven zullen er altijd vissen zijn die je een keer vangt en dan nooit weer terug ziet omdat ze echte nomaden zijn want zeker
in het IJsselmeergebied kunnen karpers alle kanten op!
Maar als het water weer terug zakt naar normale waardes blijven veel vissen “per ongeluk” achter in de kleine putjes en slootjes die op dat moment niet meer in verbinding staan met de rivier.
Hier kun je soms versteld staan wat voor vissen je daar nog kunt vangen.
Ik noem het “de vergeten watertjes” want gevist word er bijna niet en bijna elk jaar zitten deze wateren weer vol met een divers aan vis.

 


Foto: van het gras geplukt.


PAAITIJD

Als de watertemperatuur op de rivier stijgt zullen de vissen elkaar gaan opzoeken en beginnen met hun paairitueel.
Ook hier gebruiken ze de slenken en het ondiep water om eens flink van leer te trekken!
Toch zal ook een deel van de vissen richting andere wateren trekken om daar te paaien.
Het kan bij karpers soms weken duren voor ze daadwerkelijk overgaan tot de paai.
Meestal blijven ze in de buurt van zo’n gebied hangen en als je deze weet te vinden voer je vistempo dan maar flink op en maak zoveel mogelijk visuren, zeker op de ingangen van bepaalde slenken en gaten is het een komen en gaan van vis.
Wanneer je hier een goede voerplek opbouwt zullen je piepers en molens overuren moeten draaien net als jezelf.
Toch blijft de vraag welke slenken en gaten favoriet zijn bij onze karpers?
Je komt daar natuurlijk maar op een manier achter en dat is om er domweg te gaan vissen.
Het rare is dat veel vissen regelmatig op dezelfde plekken paaien maar ook hier wil ik zeggen dat niet ieder jaar zo hoeft te zijn want wanneer er hard gevist wordt op deze plekken kunnen de karpers het jaar erop ineens verdwenen zijn en ergens anders paaien.
Ik denk dus ook dat hengeldruk een veel grotere invloed heeft dan men denkt en dit geldt zeker voor deze plekken.
Vissen van het open water zijn nu eenmaal erg schuw en wanneer zij daar ook nog eens verstoord worden tijdens de paai kiezen ze eieren voor hun geld.


Foto: het voorjaar op de rivier.



ZOMER

Als het paaien achter de rug is zullen veel karpers de rivier weer optrekken om hun gewone leventje weer op pakken.
Overdag liggen ze lekker te luieren langs de rivier om zo lekker uit te rusten om s’nachts weer op pad te gaan.
Het is aan ons om de boel eens lekker wakker te schudden door een voercampagne op te starten.
Ik moet toegeven dat het in de zomer wel eens flink moeilijk kan zijn om op de rivier een karper te vangen.
Dit alles heeft te maken met het enorme voedsel aanbod maar ook de hoge watertemperatuur speelt parten. Hierdoor zijn karpers minder treklustig en in veel gevallen moeilijk op je voer te krijgen en in dit geval zul je de vis dus zelf op moeten zoeken.
Meestal kies ik nu plekken uit waar veel watervegetatie staat. Waterplanten geven immers zuurstof (dus voedsel) af en dit weten de karpers maar al te goed maar ook de warmte tussen de waterplanten vinden karpers erg behaaglijk.
Begin 2000 had ik op de volle stroom langs de rivier een strook van waterlelies en fonteinkruid ontdekt. Achter deze watervegetatie liep het meteen af naar een diepte van 3,5 meter.
Het was de bedoeling om achter deze waterplanten over een strook van 250 meter eens flink aan de gang te gaan met vismeelboillies.
Ik voerde standaard altijd drie dagen en gooide er zo’n 1,5 kilo boillies in.
Vrijdag was het dan zover. Uit mijn werk gekomen haastte ik mij om zo snel mogelijk aan de waterkant te zijn.
Eenmaal aangekomen en de hengels beaasd te hebben konden ze eindelijk ingelegd worden. Voorzichtig stond ik op het talud tussen de waterplanten en hees het vastloodsysteem over de waterlelies heen en legde mijn hengel terug op de steunen.
Het wachten kon beginnen maar lang wachten was er niet bij. De rechterhengel werd bijna van de steun gesleurd waardoor ik in paniek uitgleed door naast de hengel te grijpen.
Mijn waadpak begon een beetje vol te lopen en ik probeerde uit alle macht op te staan en door op mijn knieën te gaan kon ik net mijn hengel pakken.
Uit machteloosheid kreeg ik ook nog de slappe lach omdat mijn vismaat ineens achter mij stond en vroeg: “is het daar zo diep Bert”!
Uiteindelijk kreeg ik weer grip en een waar gevecht ontaarde in een kat en muis spel op het scherpst van de snede.
De vis zwom snel stroomafwaarts langs het gevaarlijke talud en ik moest alle zeilen bijzetten om mijn hengel zover mogelijk buiten de lelies en het talud te houden.
Na bloedstollende momenten mocht ik een ware bodybuilder van de stroom begroeten die nog bruut tekeer ging in mijn net. Een vis van 1 meter en ruim 31 pond zwaar.
Mijn geluk kon niet op. Wat een bak!


Foto: van de volle stroom geplukt.


BOCHTEN EN KRIBBEN

Bochten en kribben vind je door heel het landschap maar kunnen door stroming en waterdieptes wel sterk van elkaar verschillen.  Rondom de krib bevindt zich een nering (vakterm). Deze nering wordt gecreëerd door keerstromen waardoor er een stukje stil water ontstaat waar van alles leeft, van waterplanten tot grote mosselbanken, waar karpers natuurlijk dol op zijn. Wie op een krib gaat vissen doet er dus goed aan om eerst eens op onderzoek uit te gaan rondom de krib.
Daarbij hanteer ik een karperhengel met een plat stuk lood (70 gram) die ik rondom de krib laat zakken. Je kunt hierdoor de waterdieptes en obstakels bepalen zodat je optimaal je stek kunt benutten. Maar waar liggen de beste stekken rond een krib? Mijn ervaring is dat het vissen in de nering en langs de stroomnaad het beste zijn. De vissen zwemmen immers om de krib heen en weten maar al te goed waar ze hun voedsel moeten halen. Het leuke van deze visserij is dat je vaak snoeiharde runs krijgt waarbij de karpers als gekken stroomafwaarts kunnen zwemmen en je materiaal zwaar op de proef stellen. Dat betekent dus dat je materiaal goed in orde moet zijn om hier te kunnen vissen.
Een goede stevige rodpot is hierbij geen overbodige luxe.
Belangrijk is ook dat je hengels gebruikt die lekker parabolisch kunnen buigen zoals bijv. een glashengel, je hebt immers weinig lijn uitstaan waardoor het op de hengel aan komt om de klappen op te vangen.
Dit hoeven overigens echt geen 3 ponds hengels te zijn, 2 en een kwart volstaan ook.
De laatste jaren vis ik op mijn molens met gevlochten lijn, het voordeel daarvan is dat je direct goed contact maakt met de vis en het spul is erg duurzaam en gaat dus lekker lang mee.
De loodmontages houd ik simpel, ik vis meestal met een vastlood montage maar gebruik minimaal 150 gram lood.
Onder extreme omstandigheden wil ik wel eens met 240 gram lood vissen maar dit ligt aan de stroming; dus hoe sterker de stroming hoe zwaarder mijn lood.
De onderlijn is bij mij een standaard rig met een klauwhaakje nr. 4 of 6.

.

VOEREN OP DE STROOM

De laatste jaren is veel discussies geweest over het voeren op de stroom.
De een zweert erbij de ander vindt het zonde van tijd en voer.
De voermethode die ik nu op de volle stroom toepas is intensief.
Het is de bedoeling om de voertijd te gaan verkorten. Normaal voerde ik drie avonden achter elkaar wat betekent dat ik om de 24 uur een klein vrachtje boillies stort.
Natuurlijk brengt deze methode ook vis op de mat maar nu doe ik dat dus anders en rij ik zes keer naar het water toe zowel 's morgens als 's avonds en dat drie dagen lang!
Het is de bedoeling dat de voerplek meer onder druk komt te staan door ons voer, de voertijd wordt dus verdubbeld.
Op de rivier speelt passage van vis een belangrijke rol en mijn motto is dan ook ”vis trekt vis aan”!
Wanneer er dus een schooltje windes of brasems langskomt kan de voerplek binnen een paar uur leeg gevreten zijn.
Deze vissen zullen nog wel een tijdje blijven rondhangen en trekken dus ook andere vissen aan. Omdat de karper een nieuwsgierig dier is zal hij altijd even een kijkje nemen wat daar aan de hand is.
Als het dan te lang duurt voordat er weer aangevoerd word zullen de meeste vissen weer kilometers verderop zwemmen en dus ben je je karper kwijt.
Deze voermethode is natuurlijk niet voor iedereen weggelegd. Er tijd voor hebben is meestal het probleem maar wanneer je tijd hebt moet je het zeker eens proberen.
Het formaat aas vind ik ook belangrijk op de rivier. Normaal vis ik met 20 mm boillies maar wanneer ik gek word van windes, brasems of barbelen dan schakel ik snel over op 24 tot 30 mm boillies!
Het kan soms echt een martelgang worden als je om de 10 minuten van de stretcher af moet om een winde of brasem te onthaken en met een 24 tot 30 mm boillie heb je daar veel minder last van.
De hoeveelheden voer kan ik kort over zijn. Wanneer ik rond een krib vis hou ik een kilo boillies per voerbeurt aan. Partikels en pellets laat ik achterwege omdat het ontzettend veel andere vissoorten aantrekt.
Ik verspreid het voer niet alleen rondom de krib maar ook tussen de kribben in en dan vooral langs de stroomnaad.
De vrachtschepen zullen de boillies doen verspreiden wat ik alleen maar als voordeel zie want op deze manier blijven de vissen rondom je voerplek hangen want
het is natuurlijk mijn bedoeling dat ze hier een tijdje in de buurt blijven.
Over mijn aas kan ik ook kort zijn, ik gebruik altijd verse ingrediënten omdat karpers tegenwoordig ook hun voorkeur hebben en ik zal niet snel op een ongevoerde plek gaan zitten want de kans acht ik dan veel kleiner.
Dit alles heeft natuurlijk ook te maken met een stukje ervaring en zelfvertrouwen.


Foto: een projectrijen van de volle stroom.


NAJAAR

Als de watertemperatuur weer zakt op de rivier dan beginnen de meeste karpers te schransen voor de winter want er moet natuurlijk een voorraadje vetreserves gekweekt worden om de winter door te komen!
Hier kunnen wij steevast van profiteren door regelmatig te voeren.
Het wordt nu allemaal een stuk makkelijker voor ons want de vis is behoorlijk treklustig en zullen sneller op je voerplekken komen.
In deze tijd varieer ik veel. De ene week zit ik op een grintgat langs de rivier en de andere week op de volle stroom.
Zo ook jaren terug toen ik een haven ging bevissen eind september. Eindelijk werd het wat rustiger rond de haven en kon ik mijn ding doen.
Het was de bedoeling om eens goed te voeren op de vele dukdalven en palen die daar volop aanwezig zijn.
Veel vissen van de rivier trekken in het najaar de openstaande havens en gaten in om hun gram te halen.
Na drie voerdagen reisde ik af richting haven. Ik had een gevoel dat het helemaal ging lukken die nacht.
De eerste hengel beaasde ik met een snowman, de tweede liet ik zinken met een boillie waar ik mee gevoerd had.
De spanning liep ineens ontzettend hoog op toen ik een enorme karper met zijn kop uit het water zag komen. Ik trok snel een biertje open om een beetje tot rust te komen.
Gespannen zat ik bovenop mijn hengels te wachten op wat komen zal.
Tot twee keer toe zag ik de karperkop uit het water komen en het leek wel of de vis zat te kijken of ik nog steeds op mijn stretcher zat te wachten op hem.
Ik droomde langzaam weg maar ineens werd ik wakker getrild door mijn mobiele telefoon die in mijn zak afging; het was mijn vrouw die me veel gelukwenste die nacht.
Snel werd de stretcher in de tent geplaatst en de droom kon verder gaan maar opeens was daar die run!
De dromerige avond was voorbij en ineens stond ik te trekken aan iets logs.
Eindelijk werd ik pas goed wakker en wist ik weer waar ik voor gekomen was.
De karper probeerde uit alle macht terug in zijn burcht te zwemmen, veilig tussen de palen. Met al mijn kracht vocht ik terug.
De vechtlust van deze karper was enorm, zeker wanneer ze de diepte in kunnen zwemmen is het zaak om snel te reageren.
Ik voerde de druk enorm snel op om hem geen kans te geven richting palen te zwemmen. Gelukkig werkte dit en met een beetje stuurkunst dwong ik de karper naar links of rechts te zwemmen.
Eindelijk kon ik wat minder druk uitoefenen op de karper en loodste hem richting net en uiteindelijk boven het net.
Ik tilde de vis uit het water wat toch wel moeizaam ging en legde hem op de mat.
Het was een prachtige schub met een enorme buik en rug; een dertiger werd mijn deel die avond.




Karperbestand.

Het karperbestand op de IJssel is niet groot te noemen. De schubkarpers hebben nog steeds de overhand met zo’n 80 % en er zwemmen verschillende gewichtsklassen rond tot ver in de dertig pond met af en toe een uitschieter in de veertig maar die zijn nog steeds zeldzaam op deze rivier. De overige 20% bestaat uit spiegelkarpers die grotendeels uitgezet zijn door de Karperstudiegroep te Zwolle.
Het totale aan uitgezette en geregistreerde spiegelkarpers bedraagt 2808 stuks en zijn over de periode september 2000 t/m november 2004 uitgezet.
Deze vissen zijn verdeeld over 4 uitzetpunten en verspreidt over een deel van de IJssel.
Enkele jaren na een uitzetting kan geconcludeerd worden dat de doelstellingen ruimschoots zijn gehaald. Er komen namelijk steeds meer terugmeldingen binnen dat niet alle projectspiegels wegzwemmen via de Rijn of het IJsselmeer en
het allerbelangrijkste is dat is gebleken dat er in de IJssel voldoende ruimte is voor uitzettingen.
Anno 2009 heeft de rivier de IJssel inclusief haar zijwateren een
florerend spiegelkarperbestand van goed groeiende en verschillende typen
projectspiegels. Veel karpers van de eerste lichtingen schommelen nu
al tussen de 25 tot 38 pond en de hoeveelheid terugmeldingen stijgt elk
jaar nog steeds. Het mooie van de uitzettingen is dat er nu gekeken kan worden naar het trekgedrag en de groei van deze karpers. Een resultaat waar de KSN Regio Zwolle erg trots op kan zijn! Meer info vind je op de website www.ksnregiozwolle.nl.



WINTERPERIODE

Ik dacht altijd dat riviervissen de havens en diepe grintgaten introkken tijdens de winter maar niets is minder waar.
Een heel groot gedeelte overwinteren op de rivier zelf maar wat hier precies de reden van is weet ik niet.
Wat ik wel weet is dat ze in vele bochten van de rivier liggen, daar waar je ze niet snel zult verwachten in de winter.
Vaak zijn dit de diepere stukken en meestal liggen ze hier op half water.
Wat verder opvalt, is dat de watertemperatuur op de rivier 's winters meestal iets warmer is dan de stilstaande wateren.
Waarschijnlijk heeft dit met het stromende water te maken maar een echte verklaring heb ik hier niet voor.
Nu zullen jullie je wel afvragen hoe komt hij aan die wijsheid?
Natuurlijk door te gaan vissen in de winter maar ook eens te praten met beroepsvissers die 's winters behoorlijk actief zijn op delen van de rivier.
Dat vissen hinder zouden ondervinden door stroming is iets wat ik zeer bestrijd, voor de vissen maakt het niets uit.
Wanneer de winter voorbij is en de temperaturen weer licht stijgen, zal het smeltwater weer afdalen richting de rivier waar voor ons weer nieuwe kansen aanbreken.
De cirkel is weer rond en een nieuw seizoen breekt aan.



Doorzetters.

Een ieder die denkt om op de rivieren te kunnen scoren komt bedrogen uit!
Het is nog steeds zo dat je enig doorzettingsvermogen en geduld moet hebben om karper op je mat te krijgen.
Zo zijn er weken bij dat ik geen vin zie en het lood me bijna in de “laarzen” zakt naar weer een visloze sessie.
Maar ook dit hoort bij het vissen op de rivier.
Je zult dus echt moeten werken voor je vissen maar dat brengt ook veel voldoening na een vangst, zeker als je op een mooie grote vis stuit waar je weken voor gevoerd hebt.
Geef dus niet te snel op en bijt je vast in de kolkende massa van de rivier die soms wonderschone parels herbergt!
Succes.

Tekst en foto's: Bert Goris.